Velodroom en stroopfabriek

Donderdag 26 februari bezoek aan de velodroom van Zolder en de stroopfabriek in Borgloon

Bezoek aan de Velodroom en de Smaakfabriek
Of: van sportieve ambities naar stroperige verleidingen
Donderdagmorgen 26 februari. Terwijl de meeste mensen nog aan de koffietafel zitten, stond een enthousiast en opvallend wakker Neos-gezelschap paraat voor vertrek richting Velodroom in Zolder. Achtentwintig sportievelingen – althans, dat was de bedoeling.
Zoals dat hoort bij een georganiseerde bende volwassenen, werd er eerst netjes afgevinkt op de deelnemerslijst. Toen onze chauffeur Guy vroeg “kunnen we vertrekken? Een ogenblik zei iemand want …
Volgens de lijst waren er 27 aangemeld. Maar bij het tellen bleken er toch écht 28 mensen in de bus te zitten.
Wie was de 28ste passagier? Een blinde passagier? Een wielerfan die zich niet kon inhouden? Na enig speurwerk bleek dat deze persoon zich zonder inschrijving, maar mét overtuiging, gezellig in de bus had genesteld.
Dan maar vertrekken!
In de Velodroom werden we ontvangen met koffie en taart. Kijk, zo hebben wij sport het liefst: eerst suiker, dan inspanning.
Onze gidsen vertelden enthousiast hoe Marc Wauters mee aan de basis lag van deze hypermoderne wielertempel. Met de steun van Sport Vlaanderen werd hier in 2023 de tweede én meteen grootste overdekte wielerpiste van Vlaanderen geopend.
Kostprijs? Een bescheiden 23 miljoen euro. Voor dat bedrag krijg je dus geen gewoon fietspad, maar een olympisch pareltje waar je spontaan sneller van begint te stappen.
Tijdens de rondleiding werd duidelijk dat hier zowat alle wielerdisciplines samenkomen. Pistewielrennen, trainingen, topsport — het kon niet op. Sommige sportieve zielen in ons gezelschap voelden hun knieën al jeuken. Anderen voelden vooral hun koffie nog nazinderen.
Eén ding was zeker: dit bezoek deed bij sommigen de goesting groeien om méér te bewegen. Bij anderen groeide vooral de goesting in… lunch.
En dus trokken we naar Borgloon, waar Giovanni ons stond op te wachten in de Smaakfabriek. Hier werd duidelijk dat we de sportieve fase van de dag definitief achter ons lieten.
De lunch was er eentje waarbij stroop subtiel (en soms minder subtiel) in de gerechten verwerkt zat. Een culinair experiment! Toch viel op dat bij het dessert de meerderheid opvallend strategisch te werk ging: geen pannenkoeken met stroop, maar een rechtstreekse aanval op de ijsjestoog. Men moet zijn prioriteiten kennen.
Daarna volgde een bezoek aan de stroopfabriek, waar we interactief en uitgebreid ondergedompeld werden in de geschiedenis van dit Limburgse goud. We leerden vooral één cruciale les: siroop is niet hetzelfde als stroop. Wie dat nog eens door elkaar haalt,
riskeert sociale uitsluiting bij het volgende Neos-uitstapje.
Overtuigd van de kwaliteiten van de Loonse stroop, passeerden de meesten nog even langs het winkeltje. Want cultuur is belangrijk, maar proeven is nóg belangrijker.
Thuis nagenieten is tenslotte ook een vorm van erfgoedbewaring.


Conclusie
Van olympische ambities op de piste naar Bourgondisch genieten tussen de strooppotten: het werd een dag vol beweging, smaak en een klein mysterie in de bus.
En zo werd maar weer eens bewezen: Limburg is niet alleen een sterk merk — het is ook een heerlijk plakkerig sterk merk.