Ledenbevraging euthanasiewet bij dementie & wilsonbekwaamheid

1.270 Neos-leden spreken zich duidelijk uit voor uitbreiding euthanasiewet
Banner Persbericht Bevraging Euthanasie Dementie

 

Van 22 tot 29 mei 2026 organiseerde Neos vzw een online bevraging over euthanasie bij dementie en andere vormen van wilsonbekwaamheid. We wilden nagaan hoe onze leden denken over de huidige euthanasiewetgeving, een mogelijke uitbreiding en de voorwaarden waaronder een voorafgaande wilsverklaring uitgevoerd zou kunnen worden.

In totaal namen 1.270 personen deel aan de bevraging. Daarnaast gaven 226 respondenten bijkomende opmerkingen via een open vraag.

De resultaten tonen een bijzonder duidelijk signaal: de overgrote meerderheid van de deelnemers vindt dat de euthanasiewetgeving moet worden uitgebreid zodat een voorafgaande wilsverklaring ook kan worden uitgevoerd wanneer iemand door dementie of een andere aandoening wilsonbekwaam is geworden.

De belangrijkste resultaten:

  • 98,5% vraagt uitbreiding van de euthanasiewet

Op de stelling dat de euthanasiewetgeving moet worden uitgebreid voor wilsonbekwame personen op basis van een voorafgaande wilsverklaring, gaf maar liefst 91,7% van de respondenten de hoogste score. Daarnaast gaf ook 6,8% aan het 'eens' te zijn met deze stelling. De boodschap is duidelijk: de huidige wetgeving voldoet volgens de deelnemers niet langer aan de verwachtingen van veel senioren.

  • Familie mag een wilsverklaring niet blokkeren

Een opvallend resultaat uit de bevraging heeft betrekking op de rol van familieleden. 81,6% van de deelnemers verwerpt het idee dat familie een voorafgaande wilsverklaring zou kunnen tegenhouden. Respondenten vinden dat de keuze die iemand in volle bewustzijn heeft vastgelegd, centraal moet blijven staan.

  • Geen tijdslimiet van 5 jaar

Ook een mogelijke vervaldatum op een wilsverklaring krijgt weinig steun. Twee derde van de respondenten verwerpt het voorstel om een wilsverklaring maximaal vijf jaar geldig te maken. Veel deelnemers vinden dat een voorafgaande wilsverklaring geldig moet blijven zolang de betrokkene ze niet zelf intrekt of wijzigt.

  • Belangrijke rol voor vertrouwenspersoon en huisarts

De deelnemers zien een duidelijke rol weggelegd voor een vooraf aangeduide vertrouwenspersoon. 80,8% vindt dat een vertrouwenspersoon moet worden aangeduid in de wilsverklaring en 85,8% vindt dat die vertrouwenspersoon de zorgverlener moet informeren wanneer de situatie uit de wilsverklaring zich voordoet.

Daarnaast verwacht 88,2% van de respondenten dat huisartsen patiƫnten actief informeren over de mogelijkheden van een schriftelijke wilsverklaring.

  • Meer verdeeldheid over de concrete procedure

Over de praktische uitvoering van een voorafgaande wilsverklaring zijn de meningen minder eensgezind.

De leden zijn verdeeld over de rol van een tweede arts, de precieze beslissingsbevoegdheid van arts en vertrouwenspersoon en bijkomende medische controlemechanismen.

Wel blijkt uit de resultaten dat een meerderheid terughoudend staat tegenover uitgebreide procedures met veel betrokken partijen. Veel respondenten vrezen dat bijkomende stappen de uitvoering van een vooraf vastgelegde keuze kunnen vertragen of bemoeilijken.

  • Persoonlijke ervaringen spelen een grote rol

Uit de 226 open antwoorden blijkt dat veel deelnemers spreken vanuit persoonlijke ervaringen met dementie bij een partner, ouder, broer of zus.

Verschillende respondenten beschrijven hoe zij jarenlang de achteruitgang van een naaste meemaakten en ervaren dat de huidige wetgeving onvoldoende mogelijkheden biedt om vooraf gemaakte keuzes te respecteren wanneer iemand wilsonbekwaam wordt.

Zelfbeschikking, waardigheid en respect voor de vooraf vastgelegde wil van de patiƫnt vormen de rode draad doorheen de reacties.